Nieuwe Hollandse Waterlinie

De Nieuwe Hollandse Waterlinie is een verdedigingslinie, aangelegd tussen 1815 en 1940. Hij liep van Muiden tot aan de Biesbosch. De Linie bestaat uit ruim vijftig forten en zes vestingsteden en wordt verbonden door ruim duizend militaire en waterbouwkundige objecten en het omliggende open landschap.

Water was het verdedigingswapen. Als de vijand naderde, konden grote oppervlakten polder tussen Muiden en de Biesbosch onder water worden gezet (inundatie). Door deze laag van circa 50 cm water werd de ondergrond blubberig en moeilijk doorwaadbaar voor de vijand. Het water was bovendien te ondiep om met boten de oversteek te kunnen maken.

De Waterlinie is nooit in zijn geheel onder water gezet, maar het Land van Altena is in 1940 wel tot een niveau van voorlopig peil gebracht. Diverse wegen en doorgangen bleven dan droog, zodat het veldleger zich nog kon terugtrekken achter de Linie. Maaswater werd het ‘inundatiegebied’ binnengelaten via de sluis bij Woudrichem en uit de Bakkerskil liep het water via de Papsluis de polder in. Zwakke, maar cruciale punten zoals sluizen, dijken en hooggelegen delen werden verdedigd vanuit Fort Steurgat, Fort Bakkerskil, Fort Altena, Woudrichem en Fort Giessen.

De ‘hoofdweerstandslijn’, een verdedigingslijn uit eind jaren 1930, wordt gemarkeerd door de vele bunkers in het gebied. In 2012 is het Liniepad aangelegd. Dit pad volgt grotendeels deze hoofdweerstandslijn tussen Werkendam en Woudrichem.
De Nieuwe Hollandse Waterlinie is in 2011 aangemeld bij UNESCO voor een plaats op de Werelderfgoedlijst.